Er is goed nieuws en er is slecht nieuws over de mossen in België, Brussel en Vlaanderen: nadat de zure regen in de jaren zeventig en tachtig serieus huis had gehouden in het nationale mossenbestand, zijn sommige soorten door beperkende beleidsmaatregelen met betrekking tot de uitstoot van zwavel aan de beterhand. Het slechte nieuws is dan weer dat van de 530 soorten die in Vlaanderen voorkomen, er meer dan de helft ernstig bedreigd of verdwenen zijn. Bij de levermossen is dat zelfs 77 procent.
De rode lijst van bedreigde mossen is het resultaat van jarenlang onderzoek. Het rapport dat leidde tot de rode lijst is gebaseerd op meer dan honderdduizend waarnemingen sinds 1980 door onder andere het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek in Brussel (INBO), de Nationale Plantentuin in Meise en de Werkgroep Bryologie en Lichenologie, een groep van enthousiaste vrijwilligers die het leeuwendeel van de waarnemingen voor zijn rekening nam.
In Vlaanderen groeien 532 soorten, in Wallonië 740. Over heel België kwamen bij het begin van de registratie in 1980 meer dan 750 soorten voor, waarschijnlijk nog een pak meer, maar daarover zijn geen precieze cijfers. Opvallend is dat het Brusselse Gewest op dit ogenblik alleen al 257 soorten telt, overigens bijna allemaal te vinden in het Zoniënwoud.
Daar waar de SO2-gevoelige soorten, die tot en met de jaren 70-80 onder druk stonden wegens teveel zwavel in de fossiele brandstoffen, het tegenwoordig weer beter doen, zijn het nu de stikstofgevoelige mossen die het moeilijk krijgen. "Veel mossen die thuis horen op voedselarme bodems worden door onze stikstofrijke neerslag weggeconcurreerd door ruigteplanten en mossen die zich daar goed bij voelen. Mossen zijn dusdanig klein, dat ze een slechte concurrentiële uitgangspositie bezetten. Het is niet te verwonderen dat het vooral de soorten van de voedselarme bodems zijn, die nu in ijltempo aan het uitsterven zijn."
Het is hoog tijd om actie te ondernemen. Van alle in België bekende soorten zijn er met zekerheid zeven procent al helemaal verdwenen. Als we niet drastisch gaan ingrijpen in de stikstofuitstoot, zullen er nog vele soorten volgen. Voor sommige soorten, zoals deze in heide- en veengebieden, moet het terrein open worden gehouden. Andere soorten hebben dan weer meer baat bij het creëren van integrale bosreservaten, die het bijna zonder enig beheer moeten stellen en die daardoor soms weinig toegankelijk zijn."
Het rapport met als titel 'Een rode lijst van de hauwmossen, levermossen en bladmossen van Vlaanderen' wordt binnenkort aan de Vlaamse overheid gepresenteerd. Hopelijk volgen de Waalse en Brusselse regeringen dan snel met hun eigen beleidsmaatregelen.
U kan het rapport hier downloaden
Dirk De Beer behandelt in een artikel in Dumortiera de voorbije en huidige populatiestatus van de Habitatrichtlijnsoort Hamatocaulis vernicosus in Vlaanderen.
Op 18 november 2017 vertrokken negen deelnemers aan de kerk van Viersel naar het IFBL-uurhok C5.33 om dit te inventariseren. Deze inventarisatie gebeurde in het kader van het Atlasproject lichenen en lichenicole fungi van de provincie Antwerpen. Op de eerste locatie (Vaarheuvel, Zandhoven), een wegberm begroeid met voornamelijk zoete kers en gelegen naast de autostrade, konden 22, eerder alledaagse, soorten genoteerd worden. Daarmee vergeleken was een grasveldje in Nederviersel (Zandhoven), beplant met vrijstaande essen en esdoorns wel wat interessanter met een groot oppervlakte aan limoen-schriftmos (Opegrapha viridipruinosa) en enkele exemplaren van rookglimschoteltje (Lecania naegelii). Op de derde locatie (Waterschap, Zandhoven) bekeken we eerst enkele betonpalen alvorens we opmerkten dat een oude haag van haagbeuk heel wat soorten herbergde. Meest opvallend daar was het voorkomen van een groot aantal goed ontwikkelde exemplaren van lichtvlekje (Phlyctis argena) en
meest bijzonder enkele exemplaren van porceleinkorst (Halecania viridescens) die verzameld werd om de P-reactie (rood) na te gaan. Een rij essen langsheen de druk bereden Dennenlaan (Zandhoven) herbergden een groot aantal exemplaren van dun schaduwmos (Hyperphyscia adglutinata) en ook een plekkje met gewone kraterkorst (Caloplaca obscurella) wat voor de meeste deelnemers wel wat zoekwerk vroeg om de kenmerkende eigenschappen van dit onopvallend licheen waar te nemen. De Kapelletjesweg in Grobbendonk bezorgde ons de toplocatie van de dag aangezien we daar een heideveldje met wel tien soorten bekermos (Cladonia) aantroffen. We troffen er ook één exemplaar van avocadomos (Parmeliopsis ambigua) op den. Dit is nog maar de zevende locatie in de provincie Antwerpen. Pas omstreeks 13u30 en dus rijkelijk laat zochten we een plaats op voor het middagmaal. ‘s Namiddags duurde het wel even voor we weer een geschikte locatie hadden gevonden: enkele betonpalen en oude populieren in de Bouwelheide (Grobbendonk). Vandaaruit zagen we in de verte een aantal veelbelovende zeer dikke en vrijstaande eiken maar het was wel even zoeken voor we een weg (Derde sas) vonden die ons toeliet ze van dichtbij te bekijken. Het was zeker de moeite waard want we vonden hier nog vier extra soorten: groen boomschildmos (Flavoparmelia soredians), houtschotelkorst (Lecanora saligna), gewoon muggenstrontjesmos (Strangospora pinicola) en witstippelschildmos (Punctelia borreri). Omstreeks 16u30 sloten we onze laatste excursie van 2017 af met 77 soorten op de streeplijst. Met dank aan alle enthousiaste deelnemende medezoekers naar deze kleurrijke kleinoden.



