top of page

De excursie van de VWBL naar Herselt op 2 mei 2015

In het kader van het altlasproject lichenen provincie Antwerpen moesten de IFBL-uurhokken D5.25, D5.27 en D5.28 nog afgewerkt worden. Deze hokken zijn allen slechts gedeeltelijk op het grondgebied van de provincie gelegen waardoor 42 soorten per hok voldoende zijn om het hok als geïnventariseerd te beschouwen. Op 2 mei 2015 stonden we om 9u met negenen aan de kerk van Herselt om deze klus aan te vatten. Op het eerste punt aangekomen bleek dat één van de deelnemers niet meer bij ons was. Dan maar terug naar de kerk gereden en na enkele telefoontjes die leidden tot het terugvinden van Jef, konden we rond halftien met onze inventarisatie van hok D5.27 beginnen. Met de betonnen palen, bomen en struiken langs de weg, kasseien op de grond en houten weidepaaltjes in de Drie Eikenstraat en de ertegenover gelegen Vuldershoek bleven we zoet tot de middag. Meest bijzonder was de vondst van een grote hoeveelheid fertiele Caloplaca obscurella (Gewone kraterkorst). Na het nuttigen van de boterhammen op een terras van een plaatselijke herberg reden we naar hok D5.28. Het onderscheid tussen Punctelia subrudecta (Gestippeld schildmos) en P. borreri (Witstippelschildmos) werd bediscuteerd. Volgens de veldgids korstmossen (van Herk & Aptroot) heeft P. borreri opvallende, witte pseudocyphellen van verschillende grootte en met een ovale vorm. Dit is zeker het geval bij goed ontwikkelde en grote exemplaren maar dit kenmerk laat niet toe kleine specimens op naam te brengen. Een kenmerk dat sommige auteurs gebruiken, een zwarte onderzijde bij P. borreri versus een bruine onderzijde bij P. subrudecta, is volgens dezelfde veldgids geen betrouwbaar kenmerk omdat de onderzijde van P. borreri ook bruin kan zijn. Nochtans zijn beide soorten, ook als ze slechts uit één enkele lob bestaan, gemakkelijk van elkaar te onderscheiden als men kijkt naar het thallus oppervlak. Het thallus van P. borreri is bedekt met een laag kristallen waardoor het oppervlak een mat aspect verkrijgt. Bij P. subrudecta is een dergelijke laag afwezig en het thallus oppervlak is glanzend en wasachtig. Een ander onderscheid, namelijk een karmijnrode reactie na aanstippen van het merg met javel bij P. subrudecta versus een paarsrode verkleuring bij P. borreri, heb ik zelf nooit uitgetest wegens omslachtig en ook niet nodig. Om af te sluiten werd nog een kort bezoek gebracht aan hok D5.25 waarvan al 36 soorten, voornamelijk steenbewoners, bekend waren. Het inventariseren van enkele bomen was voldoende om aan 42 soorten te geraken.

Caloplaca obscurella – Netherlands, Het Loo – © 2004 by Norbert Stapper

bottom of page