VWBL Weekend 15-18 sep 2016 Picardië, Frankrijk - Verslag Lichenologie

Deelnemers (lichenologen): Angèle de Bruyckere, Daniel de Wit, Jean-Pierre Duvivier, Filip Fleurbay, Ali Klinkhamer, Jun Li, Bernadette Mora, Jan Ryde, Dries Van den Broeck, Klaas van Dort, Geert Van Hulle, Leo Vanhecke, Micheline Wegh

Ons jaarlijks bryologisch-lichenologisch weekend vond plaats in Picardië, meer bepaald in het departement Aisne. Het studiegebied is dun bevolkt en kenmerkt zich door uitgestrekte akkers doorsneden door oude loofbossen. Hier en daar komt kalksteen aan de oppervlakte. De streek is ook rijk aan kalkhoudende moerassen. Vertrekplaats van de excursies was de Camping Du Moulin te Aizelles. Tijdens ons verblijf werden alle logeermogelijkheden van de streek uitgeprobeerd. De dappersten verbleven in een tent, de iets minder dapperen in een mobilhome of stacaravan, nog anderen in een gite terwijl de luxepaarden van onze groep zich geïnstalleerd hadden in een hotel te Laon of in een maison d'hôtes.

Foto 1: groepsfoto met twaalf van de zestien deelnemende bryo-en lichenologen (foto Dries Van den Broeck).

Veertien locaties werden tijdens het weekend bezocht: twee op donderdag, zeven op vrijdag, drie op zaterdag en twee op zondag. Een uitgebreid verslag met soortenlijst verschijnt in Muscillanea. In totaal werden 202 taxa (187 lichenen en 15 lichenicole fungi) aangetroffen. Op de eerste excursie donderdag in het Marais de Liesse-Notre-Dame, een galigaanmoeras, waren niet alle deelnemers aanwezig en werden de lichenen niet genoteerd. Het bezoek aan de stuifzandheide ‘La Chambre’ te Mauregny-en-Haye, de tweede locatie, werd op zondag herhaald.

Op vrijdag verkenden we onder een stralende hemel de steengroeve La Chaouia en aanpalend bos te Oeuilly, een natuurreservaat ons aanbevolen door Adrien Messaen die verantwoordelijk is voor het wetenschappelijk onderzoek in de streek.

Foto 2. Klaas en Bernadette aan te werk in de steengroeve van La Chaouia (foto Daniel De Wit).

Ons eerste studieobject betrof de bomen waarbij Jean-Pierre bijna onmiddelijk de hand wist te leggen op Polycoccum slaptoniense (Foto 3) een parastiet met grote peritheciën die het thallus van Xanthoria parietina paars doet verkleuren.

Foto 3. Polycoccum slaptoniense op Xanthoria parietina (foto Gabi Sroka).

In de checklist (www.lichenology.info) wordt dit taxon vermeldt van slechts één enkele locatie in België. Uit Vlaanderen waar X. parietina één van de meest algemene soorten is werd P. slaptoniense zelfs nog nooit gerapporteerd. Veel steriele korsten werden ter plaatse chemisch getest door Bernadette. Een licheen met zwarte apotheciën groeiend op een Juglans kon niemand van ons met zekerheid thuis brengen. Meenemia dus. Na microscopisch onderzoek bleek het hier om Strangospora deplanata (Foto 4) te gaan.

Foto 4. Strangospora deplanata op Juglans (foto Gabi Sroka).

Op de bomen troffen we een eerder nitrofytische flora aan wat voer voor discussie was. Is dit omdat we ons in een kalkstreek bevonden waardoor de bomen met kalkstof geïmpregneerd worden of is dit terug te voeren op ammoniakvervuling vanuit de landbouw? De afwezigheid van veehouderijen, en dus van luchtvervuiling, deed ons tot het eerste besluiten. De kalkstenen wanden van de steengroeve en de her en der gelegen blokken steen waren niet bijzonder rijk aan soorten. Na het bezoek aan het plaatselijk kerkhof in Oeuilly begaven we ons terug naar de camping. Dank zij het initiatief van Angèle konden we, na de noeste arbeid, in La Besace, een maison d'hôtes in Sainte-Croix, genieten van een heerlijke maaltijd met tonijn, konijn, kaas en bosbessentaart.

Van vrijdag op zaterdag regende het de ganse nacht en ook bij het opstaan was het nog aan het miezeren wat weing goeds beloofde. Maar als bij wonder, eens we aan de abdij van Vauclair aangekomen waren, onze eerste excursieplaats van die dag, klaarde het op en bleef het zowaar de ganse dag droog. Voor we wel en goed uitgestapt waren konden we op de eiken van de parkeerplaats al de gele kleur van Chrysothrix candelaris waarnemen. En wie volgens Klaas deze soort ziet moet nadien ijverig beginnen te speuren naar soorten van de orde van Calicilales. En inderdaad al vlug zagen we Chaenotheca chlorella en een Calicium waarbij discussie ontstond of het C. salicinum (met bruine rand) dan wel C. glaucelum (met witte rand) was? Na verzamelen en thuis microscopisch nakijken kon bevestigd worden dat het C salicinum betrof. Maar daarnaast stonden ons nog andere bijzondherheden te wachten. Zo vonden we op es Chaenotheca brachypoda, Coniocarpon cinnabarinum en één exemplaar van Pertusaria albescens (met dank aan de proevers). Op berk stond veel Leptoraphis epidermis. En op een houten vuilnisbak ondekten we verschillende exemplaren van de niet alledaagse Caloplaca cerina. Dit alles troffen we aan voor we goed en wel de uit kalksteen opgetrokken ruïne van de abdij van Vauclair wisten te breiken.

Foto 5. Ruïne van de abdij van Vauclair (foto Daniel De Wit).

Op het gesteente konden we de hand leggen op jawel een fertiele Caloplaca granulosa (foto 6) en niet minder dan vier soorten van het geslacht Collema.

Foto 6. Fertiele Caloplaca granulosa (foto Leo Vanhecke).

Op de in het veld verkeerdelijk gedetermineerde Bacidia bagliettoana stonden tussen de apotheciën zwarte bolletjes die na microscopisch onderzoek bleken toe te behoren aan Stigmidium mycobilimbiae (Foto 7), een lichenicole fungus die leeft op Bilimbia sabuletorum

Foto 7. Stigmidium mycobilimbiae op Bilimbia sabuletorum (foto Gabi Sroka).

En nog was onze honger niet gestild en dus trokken we nog naar het heideveldje La Chambre in de gemeente Mauregny-en-Haye om wat Cladonia’s te spotten. Deze locatie was ons eveneens aanbevolen door Adrien Messaen dus waren we vol verwachting. Deze verwachting was nog versterkt door de verhalen van de deelnemers die op vrijdagnamiddag al een in de buurt gelegen heideveldje hadden bezocht en daar niet minder dan tien soorten hadden aangetroffen. Deze verwachtingen werden echter maar gedeeltelijk ingelost. De bomen bleken rijker dan de grond. Maar alles werd goedgemaakt toen Klaas de hand wist te leggen op Cladonia parasitica die daar weelderig op een stronk stond te pronken.

Op zondag verkenden we de kerk en kerkhof van Mauregny-en-Haye. Met veel van wat er stond hadden we al kennis gemaakt op de restanten van de abdij. Nieuw waren onder meer Diploschistes muscorum die Cladonia pocillum parasiteerde en een merkwaardige soredieuze Pertusaria (kringkorst) op baksteen. Deze laatste reageerde C-, P+ geel-oranje en K zwak gelig. De P reactie wees op P. excludens, de K reactie echter niet (geel doorkleurend naar rood). Wirth vermeld dat de K reactie bij in de schaduw groeiend soorten “zögernd” is wat vertaald kan worden als traag, aarzelend (Foto 8).


Foto 8. Petusaria excludens met reactie P+ geel-oranje (foto Leo Vanhecke).

Gezien de locatie kon spijtig genoeg geen materiaal ingezameld worden om absolute zekerheid te bekomen. Op de valreep wist Jean-Pierre nog Agonimia opuntiella te voorschijn te toveren (Foto 9).

Foto 9. Agonimia opuntiella (foto Gabi Sroka).

Op onze laatste locatie bezochten we het heideveldje La Rosière (Foto 10) dat eerder op donderdag bekeken was. Hierbij werden dezelfde soorten terug gevonden met als extra een exemplaar van Pertusaria coccodes op Quercus.

Foto 10: La Rosière (foto Daniel De Wit).

Om 12:00 uur stipt bliezen we de kaars uit van een succesvol weekend, zowel wat de deelnemers als de vondsten betrof, want alles moest nog ingeladen worden en een lange tocht terug aangevat.

Na ruggespraak met de lichenologen bij de lunch hebben we tevens wat ideeën gekregen om vol enthousiasme het weekend van 2017 nog beter te organiseren.

In samenwerking met

© 2023 by "VWBL". Proudly created with Wix.com