top of page

Kravaalbos te Meldert (Aalst) op 20 februari 2016

Het Kravaalbos hadden we al eens eerder bezocht met de Antwerpse Mossenwerkgroep, bij barre weersomstandigheden, maar toch hadden we toen voldoende gezien om te weten dat dit een topgebied is.


En opnieuw waren de weergoden ons niet goed gezind, de heenrit verliep in een druilerige regen en dreigende wolken zouden ons de hele dag vergezellen. Bij de start van de wandeling hield de regen gelukkig op. We doken eerst een bronbosje in, met typische soorten als Gewoon diknerfmos (Cratoneuron filicinum), Beekdikkopmos (Brachythecium rivulare) en mooi kapselend Gesnaveld boogsterrenmos (Plagiomnium rostratum).


De weg naar het Kravaalbos leidde ons eerst langs enkele maïsakkers. Ze waren bezaaid met rozetten van Mariadistel (Silybium marianum), een nieuwe invasieve exoot ? Op een steilkantje langs de weg groeide Klein gezoomd vedermos (Fissidens viridulus) met Parelmos, één rijp kapsel bleek voldoende om er Gewoon parelmos (Weissia controversa) van te maken. Joost zag hier ook Klein snavelmos (Oxyrrhynchium pumilum).


De rand van een met mosterd ingezaaide akker was een echte speeltuin voor wie van akkermossen houdt: massaal Gerand blaasjesmos (Sphaerocarpos texanus), vergezeld van landvorkjes, Gewoon en Smal landvorkje (Riccia glauca en R. warnstorfii).


We doken het bos in, waar massaal sneeuwklokjes bloeiden. Op de essen konden we nogal wat epifyten noteren, maar enkel soorten die we tegenwoordig “gewoon” noemen. Ondertussen was het etenstijd geworden, maar we besloten onze honger nog wat te verdringen omdat de buien niet lang meer op zich zouden laten wachten en we gingen verder richting “Het Walleken” waar we vorige keer mooie kwelplekken gezien hadden met veel veenmos.


Aan het beekje hielden we even halt bij een oud stuwtje, waar we, net als vorige keer, Kalkvedermos (Fissidens dubius) en Slank snavelmos (Rhynchostegiella tenella) aantroffen. Wat later bereikten we ons einddoel met de veenmossen. Dominante soort was Gewoon veenmos (Sphagnum palustre), met hier en daar Gewimperd (S. fimbriatum) en Slank veenmos (S. flexuosum). Moerasveenmos (S. subsecundum) konden we niet terugvinden, wat we inzamelden bleek allemaal Amfibisch veenmos (S. inundatum) te zijn.


De honger kreeg de bovenhand en we keerden terug naar het beginpunt, waar we “bij Stinne” onze honger stilden. We waren net overeengekomen welke plek we nog zouden bekijken toen het water met bakken uit de lucht begon te vallen. We hielden het dan maar voor bekeken.

bottom of page